Hemofilie A treft ongeveer 1 op de 5.000 mannelijke nieuwgeborenen. Hemofilie B komt minder vaak voor, ongeveer bij 1 op de 25.000 mannelijke nieuwgeborenen. Op dit moment telt Nederland een kleine 1.500 hemofiliepatiënten. Deze kunnen alleen een enigszins normaal leven leiden wanneer ze kunstmatig de stollingsfactor die ze missen intraveneus toegediend krijgen. Tot voor enkele jaren terug konden deze factoren alleen uit het bloed van donoren gewonnen worden. Inmiddels zijn er ook andere producten beschikbaar die niet uit donorplasma gewonnen hoeven te worden.